De Industriële Revolutie, ook wel de industrialisatie genoemd, begon halverwege de achttiende eeuw in Engeland. Pas in de jaren 1850-1900 kwam de industrialisatie in andere Europese landen goed op gang. Een korte geschiedenis van de Industriële Revolutie: de belangrijkste oorzaken, het verloop en de grootste gevolgen.
Arnold ToynbeeDe Industriële Revolutie wordt na de Neolithische Revolutie (de landbouwrevolutie uit de Prehistorie) beschouwd als de grootste economische omwenteling uit de geschiedenis. Onterecht wordt gesproken van een revolutie, vooral omdat de industrialisatie zeer ingrijpende gevolgen had. Industriële Evolutie is om twee redenen echter een treffender begrip. Ten eerste was de industrialisatie een langzaam en geleidelijk proces. Ten tweede is de Industriële Revolutie geen eenmalige heftige gebeurtenis, maar een ontwikkeling die feitelijk nog steeds doorgaat en enorme veranderingen in het dagelijks leven gebracht heeft.
De term Industriële Revolutie werd voor het eerst gebruikt door Franse schrijvers. Maar het was vooral de Engelse economisch historicus Arnold Toynbee (1889-1975) die het begrip populariseerde. Toynbee gebruikte het begrip Industriële Revolutie voor de economische ontwikkeling van Groot-Brittannië in de jaren 1760 tot 1840.
Na Toynbee is de term veel breder toegepast voor de industrialisatie die ook buiten Engeland plaatsvond en na 1840 doorging, feitelijk tot op de dag van vandaag.
Qua industrialisatie waren er vier belangrijke fasen:
Verbeteringen in de huisnijverheid en landbouw legden de basis voor het ontstaan van de Industriële Revolutie. Spierkracht, windkracht, waterkracht, handgereedschap en trekdieren waren tot de achttiende eeuw de belangrijkste manieren en middelen om energie te creëren.
Door de industrialisatie veranderde dit en zorgden (stoom)machines, gas en elektriciteit voor een diepingrijpende transformatie van het arbeidsproces. Ze maakten de massaproductie mogelijk van goederen, voedsel, machines, apparaten en vervoersmiddelen. Minstens even ingrijpend waren de sociaaleconomische, politieke en culturele gevolgen van de Industriële Revolutie. Hier komen we straks op terug.
De Industriële Revolutie begon in de achttiende eeuw in Engeland, voorafgegaan door belangrijke veranderingen en uitvindingen die toegepast werden in de landbouw, mijnbouw en nijverheid. Aan het op gang komen van de Industriële Revolutie lagen de volgende omstandigheden ten grondslag:
De stoommachine van Newcomen uit 1709
In hetzelfde jaar 1709 ontdekte Abraham Darby (1678-1717) een manier om ruwijzer te maken in hoogovens, met cokes in plaats van houtskool. En de zaaimachine van Jethro Tull (1674-1741) uit 1701 maakte het zaaien makkelijker, terwijl de duurzame en lichte Rotherham ploegschaar (Rotherham Plough) uit 1730 – van uitvinder Joseph Foljambe (ca.1695-1750) – het ploegen aanzienlijk verbeterde.
Door dit soort uitvindingen nam de opbrengst in de landbouw, mijnbouw en nijverheid aanzienlijk toe en groeide op langere termijn ook de Engelse bevolking. Door de groeiende opbrengsten waren er minder mensen nodig in de landbouw en kwam er ruimte voor mensen om zich te specialiseren en in de opkomende industrieën te gaan werken. De volgende vijf Engelse uitvindingen, die cruciaal voor de opkomst van de industrialisatie, moeten nog genoemd worden:De in 1733 uitgevonden schietspoel (flying shuttle) van John Kay (1704-1779);De Spinning Jenny uit 1764, een snelle spinmachine van James Hargreaves (1720-1778). Deze twee uitvindingen zorgen voor een grote productietoename in de textielnijverheid;Het waterframe – een spinmachine op waterkracht als verbeterde versie van de Spinning Jenny – van Richard Arkwright (1732-1792) uit 1769;De door James Watt (1736-1819) in 1769 verbeterde stoommachine van Newcomen;De dorsmachine van de Schot Andrew Meikle (1719-1811) uit 1784.
Rond 1900 had Engeland zelfs een kwart van de wereld ‘in bezit’. Omdat Engeland beschikte over grondstoffen als steenkool en ijzererts, en daarbij veel grondstoffen uit zijn koloniën kon halen – zoals rubber, goud en katoen -, beschikte het land over alles wat nodig was om fabrieken mét machines te bouwen: ijzererts om fabrieken en machines in elkaar te zetten en steenkool (voor cokes) om stoom te creëren waarmee de machines aangedreven werden.
Kinderen in een fabriek (Lewis Hine, 1908)De Industriële Revolutie zette het leven van de mensheid compleet op zijn kop. Overal werden fabrieken uit de grond gestampt, eerst in Engeland en later in de Verenigde Staten en elders op de wereld, met name in Europa. De winning van grondstoffen en de productie van goederen nam gigantisch toe. De steenkoolproductie in Engeland. bijvoorbeeld, groeide van ongeveer drie miljoen ton rond 1700 tot tien miljoen ton aan het eind van de eeuw.
Maar lang niet iedereen profiteerde van deze sterke productiegroei. Door urbanisatie groeiden de steden razendsnel. Veel mensen trokken van het platteland naar de stad, waar ze vaak vlak bij de fabriek kwamen te wonen. Er ontstond hierdoor, met name in de negentiende eeuw, een arme stedelijke arbeidersklasse. Door lage lonen, slechte werkomstandigheden (lange werkdagen van wel zestien uur) en kinderarbeid ontstond de zogeheten ‘sociale kwestie’: het arbeidersvraagstuk dat draaide om de kwestie hoe de slechte levens- en werkomstandigheden van arbeiders en hun gezinnen aangepakt en opgelost moesten worden.
Verder verschenen in de jaren 1830 en 1840 de eerste stoomtreinen en stoomschepen. Het Engelse stoomschip de SS Archimedes was de eerste stoomboot met schroefpropeller (daarvoor bestonden al raderstoomboten) en de uitvinding van de stoomturbine – de lavalturbine – in 1883 gaf de overzeese scheepvaart daarna een flinke impuls.
Op korte termijn leidde de Industrialisatie tot fikse milieuvervuiling en de ‘dictatuur van de klok’ (door fabriekstijden en treintijden). Ook kwam een nieuwe levenshouding – de Romantiek (negentiende eeuw) – op, die ook in kunstsectoren als de literatuur en schilderkunst veel impact had, waarbij mensen terug verlangden naar het rustige, stille en schone plattelandsleven.
De Industriële Revolutie heeft enorme maatschappelijke gevolgen gehad op de langere termijn. Om de ‘sociale kwestie’ op te lossen werden vakbonden opgericht, kwam in de politiek het socialisme op en ontstond – met name op instigatie van Karl Marx (1818-1884) – het communisme. Deze ontwikkelingen hadden diepingrijpende gevolgen, met name in de twintigste eeuw, toen de Russische Revolutie (1917) en de Koude Oorlog (1945-1989) de wereld ideologisch verdeelden.
De samenleving veranderde, zowel door de Industriële Revolutie als de Franse Revolutie, van een standensamenleving naar een klassenmaatschappij: steeds meer werd de economische positie (klasse) bepalend voor iemands aanzien, in plaats van de familie of stand waarbinnen iemand geboren was.
Op termijn leidde de Industriële Revolutie tot groeiende welvaart en de sociale en politieke emancipatie van tal van bevolkingsgroepen. Vrouwen kregen na de Eerste Wereldoorlog – toen zij vaak de leeggevallen plekken in de industrie opvingen – in Europa massaal het kiesrecht, tijdens de Verzuiling in Nederland (1880-1920) wisten allerlei groepen als katholieken, protestanten en socialisten zich te emanciperen, terwijl na de Tweede Wereldoorlog in meerdere Europese landen verzorgingsstaten opgebouwd werden die de welvaart eerlijker verdeelden.
Op langere termijn veranderde het dagelijkse leven ingrijpend op het gebied van vooral communicatie en transport. Door de telegraaf, telefoon, de trein, auto en het vliegtuig werd de wereld gevoelsmatig veel kleiner. Binnen deze kaders kon in de negentiende eeuw het nationalisme snel opkomen en vond voornamelijk in de twintigste en eenentwingtigste eeuw een onomkeerbare globalisering plaats. Televisie, computer en iPhones veranderden het leven van mensen ingrijpend.
Ook de oorlogsvoering werd anders. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en later de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) lieten zien hoe uitvindingen gebruikt konden worden om industriële slachtingen aan te richten die de wereldgeschiedenis nog niet eerder gezien had.
Lees ook: “Eigenlijk had de industriële revolutie in China moeten plaatsvinden” …of: Economische geschiedenis Hoorcollege: Industriële revolutie – Maarten van Rossem
Boeken -Vaclav Smil, Creating the Twentieth Century: Technical Innovations of 1867–1914 and Their Lasting Impact (Oxford University Press, 2005). -Online publicatie: Ofxford Big Ideas, chapter 5: Industrial Revolution. Zie: https://www.oup.com.au/__data/assets/pdf_file/0021/58071/Oxford-Big-Ideas-Geography-History-9-ch5-Industrial-revolution.pdf
Internet -https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/29192/de-industriele-revolutie.html -https://www.bayjournal.com/article/plows_helped_to_turn_the_tide_for_agricultural_civilizations -https://www.britannica.com/event/Industrial-Revolution -https://www.britannica.com/topic/history-of-Europe/The-Industrial-Revolution#ref58404 -https://www.encyclopedia.com/history/modern-europe/british-and-irish-history/industrial-revolution
Biografie van de Britse filosoof en wetenschapper Thomas Hobbes (1588-1679), vooral bekend vanwege zijn meesterwerk Leviathan (1651).
Engelse geschiedkundigen claimen dat Engeland de typisch Amerikaanse sport honkbal heeft uitgevonden. Ze baseren zich op een document uit 1755.
De eerste Engelse koning uit het huis Lancaster: Hendrik IV van Engeland. Regeerde van 1399 tot 1413. Bijgenaamd Bolingbroke. Kleinzoon van koning Eduard III
Of bekijk onze alfabetische onderwerplijst
Gratis nieuwsbrief Meer dan 40 duizend abonnees
Publiceer op Historiek Groot lezerspubliek
Op Historiek vindt u historische achtergronden bij het nieuws, maar ook bijvoorbeeld boekbesprekingen, historische uitdrukkingen en gezegden, informatie over de Griekse mythologie, wereldoorlogen en veel historische foto's. Veel van onze encyclopedische artikelen zijn ook goed te gebruiken voor spreekbeurten en werkstukken.
Bij Historiek vinden we dat geschiedenis niet alleen interessant maar ook relevant is. Ons motto: "Omdat we ook van gisteren zijn..." Geschiedenis voor een breed publiek